PKN
Protestantse Gemeente Ezinge
 
ds. M. E. van Oel

ds. M. E. van Oel


Op 22 maart 2014 overleed onze predikant
 
      Ds. Menno van Oel
 
Ds. Van Oel was vanaf januari 2012 verbonden aan onze gemeente.
Na zijn hartinfarct in november 2012 was hij weer voorzichtig begonnen te werken.
Begin dit jaar werd hij getroffen door een beroerte, later weer door een hartinfarct en tenslotte kwam het verbijsterende bericht dat hij leed aan asbestkanker.
Hij kwam begin maart thuis om te sterven.
 
Donderdag 27 maart hebben we stil gestaan bij zijn overlijden in een vesper gehouden in de Torenstraatkerk in Ezinge. De afscheidsdienst was op vrijdag 28 maart in de Rehobothkerk in Aduard. Niet alleen zijn vrouw en kinderen en allen die dicht om hem heen stonden zullen hem missen, maar ook wij als gemeente. Wij wensen iedereen heel veel sterkte toe dit grote verlies te dragen.

Namens de kerkenraad,
Wim Berghuis, voorzitter.
 



Meeleven met elkaar / 22 maart 2014

Afgelopen nacht is overleden ds. Menno van Oel. 
 

Meeleven met elkaar / maart 2014

We kregen nieuws over de gezondheidstoestand van ds Menno van Oel in een telefoongesprek met zijn echtgenote (op 8-3). En dat was buitengewoon slecht nieuws. Zoals jullie weten kreeg Menno op 18 januari een herseninfarct. Hij was toen juist aan het terugkomen van zijn hartproblemen van november 2012. Na een opname van een paar weken in het UMCG ging hij begin februari revalideren in Beatrixoord. Maar daar kreeg hij de opgaande lijn niet te pakken. Integendeel: het ging eigenlijk alleen maar minder.  Twee weken geleden werd hij weer opgenomen in het UMCG en daar volgde een periode van intensieve onderzoeken, die er in resulteren dat hij naast zijn hart- en hersenproblemen ook nog een tumor heeft in zijn buikvlies. De aard van de tumor (mesothelioom) is gerelateerd aan blootstelling aan asbest. Daar is hij zich niet van bewust geweest. De tumor is ongeneeslijk. Er is geen behandeling meer mogelijk. 
Menno gaat in de loop van volgende week naar huis. We wensen Menno en het gezin Van Oel sterkte toe in deze tijd, waarin alles op zijn kop staat. We zijn hier allemaal door geraakt en zijn erg verdrietig. Laten we hen in onze gebeden opnemen.
 


Meeleven met elkaar / februari 2014

Op zondag 19 januari werden wij opgeschrikt door een heel verontrustend bericht.
In de nacht van zaterdag op zondag is onze predikant met spoed opgenomen in het UMCG.
Daar werd een herseninfarct vastgesteld. Er zijn in de week die volgde veel onderzoeken gedaan, om achter de mogelijke oorzaak te komen. Inmiddels treedt er wel een duidelijk herstel in. Gelukkig waren spraak, taal en geheugen niet aangetast. Ook bij de schade die er wel was, namelijk uitval van linkerarm en linkerbeen, is er sprake van een duidelijke verbetering. Na de uitkomst van het medisch onderzoek wordt er een revalidatieplan gemaakt. Dit alles kan wel een half jaar duren, misschien nog langer.
 Natuurlijk is ds. Van Oel erg teleurgesteld en verdrietig dat hem dit is overkomen, juist nu hij met gepaste energie zijn taken als dominee beetje bij beetje weer had opgepakt. Wij kunnen dit gevoel heel goed begrijpen.
Onze predikant heeft zowel geestelijk als lichamelijk veel te verwerken. Dat geldt natuurlijk ook voor zijn vrouw en kinderen.
Wij wensen hem en zijn gezin heel veel sterkte toe en bidden dat zij de steun en de troost van God en van de mensen om hen heen mogen ervaren.
 


Bericht van de predikant / december 2013

MEER WERK

Het is vast goed om nog even heel feitelijk wat dingen op een rijtje te zetten inzake mijn herstel. Officieel ben ik in Aduard voor 33,3% en in Ezinge voor 40% aangesteld. Bij elkaar opgeteld komt dit neer op ongeveer 30 werkuren per week. Per 1 september jl. was ik door de ARBO-arts voor 10 uur per week arbeidsgeschikt verklaard; onlangs, per 1 november, is dat opgehoogd naar 15 uur per week (=50% arbeidsgeschikt), verdeeld over twee gemeentes. Ik heb om de twee maanden contact met de ARBO-arts om te kijken of en met hoeveel dat aantal werkuren redelijkerwijs omhoog kan (het heeft ook financiële implicaties). De verwachting is wel dat ik na verloop van tijd weer volledig aan het werk kan, hetgeen gezien mijn toestand van een jaar geleden een wonder mag heten.

Daarbij is een aantal kanttekeningen gemaakt. De eerste is, dat ik langzaam moet opbouwen en niet ‘in het rood’ moet gaan werken. Dat is iets wat ik zelf in de gaten moet houden (en ik heb een streng thuisfront dat meekijkt). De tweede is dat ik me moet beperken in het soort werk dat ik doe. Preken en vergaderen is betrekkelijk overzichtelijk werk, dat ik goed thuis kan voorbereiden en dat in de uitvoering weinig verrassingen kent. Ik vind zelf dat ik (of, zoals ik het zelf noem, ‘mijn hoofd’) op dat terrein de afgelopen twee maanden sterk vooruit is gegaan. In september kon men mij na een kerkdienst opvegen, nu kom ik weer fluitend thuis. Qua vergaderingen spreek ik met mezelf van te voren een tijdstip af dat ik weg ga. In het begin was dat na een uur, nu na anderhalf uur. En als ik moe word, ga ik eerder naar huis.

Het eerstvolgende soort werk dat erbij komt, is pastoraat. Ik denk dat dat per 1 januari gaat gebeuren, omdat ik in december al relatief veel preekbeurten in de agenda heb. Crisispastoraat en rouwdiensten zijn nu nog niet aan de orde. Die kosten nu nog teveel (emotionele) energie, maar dat is iets waar ik op enig moment wel ‘doorheen’ moet. Ook groepswerk, zoals catechisaties en vorming-en-toerusting, is nog niet aan de orde. Dat is verschrikkelijk leuk werk om te doen, maar dergelijke bijeenkomsten gaan altijd anders dan je van te voren denkt. En ‘snel schakelen’ (inspelen op wat er gebeurt) is iets wat ik opnieuw moet leren.

 Ds Menno van Oel


Bericht van de predikant / november 2013

JAAR
Vanmorgen voor het eerst sinds de zomer van 2012 een paar baantjes gezwommen. Dat viel vies tegen. Dat zat ‘m niet eens in de afstand, maar in de zwembeweging. Sinds het ziekenhuis heb ik bij bepaalde bewegingen last van pijnlijke of blokkerende schouderspieren. Vermoedelijk is dat ontstaan doordat je ledematen tijdens de hartoperaties, terwijl je onder zeil bent, in allerlei rare hoeken worden gewrongen zodat de chirurgen makkelijk bij de borstkas kunnen. Door gebrek aan en verbod op beweging daarna heb ik veel aan kracht en soepelheid ingeboet. Dat maakt bijvoorbeeld het typische zegengebaar aan het einde van de dienst lastig, ik kan mijn armen niet ver omhoog steken (ik voel me af en toe net Mozes die ondersteuning nodig had). De schoolslag ging vanmorgen nog wel redelijk, maar de borstcrawl lukte niet, terwijl ik dat nog nooit niet kon. Het was maar iets kleins en helemaal niet onoverkomelijk, maar ik baalde er even intens van: wéér iets wat niet vanzelf lukt. Het lijstje ‘nog te doen’, waarvan inmiddels veel is afgevoerd, is aangevuld.

Ondertussen mag en wil ik niet klagen. Mijn familie en ik worden er in deze weken voortdurend bij bepaald dat het een jaar geleden is dat de grote kladderadatsch plaatsvond. Van de dokter mag ik inmiddels 10-15 uur per week werken. Ik rijd weer auto. In de twee maanden dat ik weer kerkdiensten en vergaderingen ‘draai’, heb ik een forse vooruitgang geboekt. Vorige week ben ik drie halve avonden erop uit geweest. Dat was wel een beetje te veel, maar ik kwam na afloop niet helemaal gesloopt weer thuis. En afgelopen zondag heb ik voor het eerst weer een dienst helemaal in mijn eentje gedaan (in Den Ham, ook nog in een gebouw zonder geluidsinstallatie, wat extra energie kost). Ik kreeg voor het eerst het gevoel dat ik weer in de buurt van mijn oude niveau kan komen (maar dat duurt misschien nog wel een half jaar).

Het lijkt me een goed moment om te stoppen met deze rubriek over ‘hoe het medisch en mentaal met mij gaat’. Vanaf begin dit jaar heb ik daar elk kerkblad iets over geschreven. Inmiddels ben ik begonnen aan een nieuw hoofdstuk, waar ik veel meer zin in heb: het hoofdstuk over ‘weer gewoon als dominee aan het werk zijn met de dingen waar ik plezier aan beleef en in geloof’. Als mensen mij nu vragen hoe het gaat, zeg ik: ‘goed’ en niet meer ‘naar omstandigheden goed’. Het is ook een goed moment om nogmaals mijn enorme dank onder woorden brengen. In de allereerste plaats geldt die dank de ruimte, die ik vanuit beide gemeentes gekregen heb om in alle rust te genezen en te onderzoeken waar mijn mogelijkheden en grenzen liggen. Het lijkt normaal, maar is het niet. Je hoort ook wel eens andere verhalen, van mensen die onder druk gezet worden… In de tweede plaats is de stroom aan positieve belangstelling en meeleven. Ik ben zelf niet zo’n ‘kaartjesmens’, maar het is mooi en lief om te merken dat mensen aan je denken (en dat blijven doen). En er zijn gelukkig een heleboel lieve mensen.

Voor november staan voor Ezinge twee diensten in mijn agenda: de dankdag op 6 november, voorafgaand aan de gemeentevergadering, en de dienst op 17 november waarin ook het Avondmaal gevierd zal worden.

Ds Menno van Oel

 


Bericht van de predikant / oktober 2013

ENJOY LIFE!
“Enjoy life”. Dat kreeg ik half september van de specialist te horen bij de eerste controle na de implantatie van de icd, twee maanden eerder. De icd had in de eerste periode niet in actie hoeven komen. Dat betekende dat mijn hart geen gevaarlijke hartritmestoornissen had vertoond en dat hield weer in dat ik in principe pas over een half jaar weer langs hoef te komen bij de icd-technicus en over een heel jaar weer naar de cardioloog moet. Medisch gezien ben ik zo goed als ik op dit moment kan zijn en dat is een hele opluchting. Na tien intensieve maanden van ziekenhuis, scans, onderzoeken en doktersbegeleiding voelde dat als bevrijdingsdag, alsof ik het eindexamen had gehaald. Het was nog vroeg op de dag, dus daar hebben we maar een klein gebakje op gegeten. Zonder slagroom, want ik ben de rest van mijn leven op dieet.
Genieten van het leven bekent in mijn geval in eerste instantie het genoegen smaken van het weer ‘gewoon’ aan-het-werk-gaan. Met de ARBO-arts, die in opdracht van de landelijke Protestantse Kerk mij de afgelopen maanden heeft begeleid (overigens een ontzettend aardige, deskundige man), heb ik afgesproken om stapsgewijs, met een paar uur per dag, het werk te hervatten en daarbij te beginnen met activiteiten die goed zijn te overzien en voor te bereiden: kerkdiensten en vergaderingen. De afgelopen maand heb ik wat vergaderingen bezocht en op drie zondagen dienst gedaan, telkens gelukkig in samenwerking met een collega: Klaas Dijkstra in Ezinge en Anne Marie Bodewes in Aduard. Twee startweekenden, twee bijzondere diensten met twee keer de introductie van het Nieuwe Liedboek. Ik val met de neus in de boter.
Vergaderen en kerkdiensten leiden: het is werk dat ik al ruim 20 jaar met meestal veel plezier doe, maar ik merk dat mijn brein een nieuwe routine moet opbouwen. Mijn werktempo ligt een enorm stuk lager dan ik van mezelf gewend was. Verder vergaat het mij zoals een kind dat voor het eerst naar de crèche of naar school gaat: ik doe veel te opdringerige indrukken op. De liederen van de startzondag in Aduard en de bingo op de startzaterdag in Ezinge bleven allebei tot diep in de nacht in mijn hoofd rondzingen (terwijl ze toch allebei niet-spectaculair waren). Met de ARBO-arts heb ik overmorgen weer contact over het vervolg; daar kan ik in dit stukje nog niets over zeggen, maar ik ga ervanuit dat ik op dezelfde voet door mag en meer en ander hooi op de vork kan nemen. Gelukkig krijg ik vanaf 1 oktober mijn rijbewijs (met een beperking) terug en kan ik ook die draad weer oppakken.
Zoals wellicht bekend zal mijn naaste Aduardse collega Anne Marie Bodewes binnenkort vertrekken. Zij heeft een beroep aangenomen naar de protestantse gemeente van Uithuizermeeden. Ik gun het haar van harte, maar voor mezelf vind ik het jammer, want Anne Marie was in alle denkbare opzichten een goede collega. In zo’n vacaturesituatie zou het normaal zijn dat ik wat werk van haar zou overnemen (hervormd en gereformeerd Aduard vormt een federatie met wel nog een vrij grote mate van zelfstandigheid van beide partijen), maar daar kan nu geen sprake van zijn. Ik moet ook voor mezelf kijken waar mijn grenzen zijn en zorgen dat ik daar niet overheen ga. We zullen met elkaar wel zien wat de toekomst brengen moge.

Ds Menno van Oel
 


Bericht van de predikant / september 2013

EENARMIGE BANDIET
In de kerkbladloze zomerperiode is er veel met en aan mij gebeurd. Laat me dat op een rijtje zetten. Allereerst heb ik, op de zondag dat ’s middags Daan Ubels gedoopt werd, ’s morgens weer gepreekt, voor het eerst sinds 11 november. Dat gebeurde in Aduard, in een dienst samen met mijn goede naaste collega Anne Marie Bodewes. Zij deed heel de dienst, ik alleen de tweede lezing, de preek en de zegen, maar dat was meer dan voldoende. Ik was op driekwart van de preektekst al door de brandstof heen, maar heb desondanks keurig het ‘amen’ gehaald. Ik geloof niet dat ik ooit tegelijk zo kinderlijk opgetogen en zo moe was. Alles wat ik voor het eerst weer doe, kost belachelijk veel energie.
Een week later zijn we voor een korte vakantie naar Portugal gevlogen (ook weer met dank aan Anne Marie). Nadat mijn uitstapjes zich lange tijd beperkt hadden tot de fysiotherapeut/sportschool (2x per week), het ziekenhuis (zeer regelmatig), de kerk (af en toe) en de bioscoop (je moet wat tegen de verveling), was dit een heel andere onderneming. Het hoogtepunt was wel dat ik 10 minuten in de Atlantische Oceaan heb gedobberd. Ik heb vaak in zee gezwommen, maar dit was van een andere orde. Tien dagen weg, een weekend thuis en daarna voor drie dagen het ziekenhuis in voor de operatie, waarbij een icd zou worden ingebracht. Dat is een apparaatje dat de hartslag controleert en ingrijpt als-ie te langzaam gaat of uit de bocht vliegt.
Ik had er als een bergmassief tegenop gezien, maar achteraf viel alles mee. De ingreep zelf, maar ook het uittesten van het apparaatje, waarover ik allerlei enge dingen had gelezen. Zo wordt er een heuse hartstilstand georganiseerd, die de icd zelf moet zien op te lossen. Gelukkig hoef je dat niet mee te maken (je wordt even onder zeil gebracht), maar als je tien minuten later wakker wordt, is het wel gebeurd). Er staat een batterij personeel klaar voor het geval het niet vanzelf goed gaat. Voor hen is het routine.
Een tweede test houdt in, dat een technicus de icd scant en daarna twee meter verderop achter zijn computer gaat zitten om je hartslag omhoog en omlaag te draaien, precies zoals ik thuis de radio en de verwarming bedien. Je voelt de hartslag omhoog gaan. Er zit afstandsbediening op de icd (je moet als icd-drager altijd een beetje oppassen met ‘uitstralende apparaten’, zoals mobiele telefoons, laptops en douanepoortjes). Toen dat in orde was, mocht ik naar huis.
De icd, een plat titanium doosje bij de linkerschouder dat met een draadje vastzit aan het hart, moet ingekapseld worden en dat kost een paar weken. De verwachting is niet direct dat het ding handelend moet optreden (mocht dat ooit wel gebeuren: 112 bellen en naar het UMCG. Er zit een pasje in mijn portemonnee met de productinformatie). Het positieve bijeffect is dat ik wat minder met mezelf en mijn eigen lijf bezig ben. Iedere hartpatiënt besteedt een paar procent van het bewustzijn om op zichzelf te letten. Voel ik wat? Wat gebeurt er? Dat is een stuk minder geworden. Ik koester mij in het geloof dat het apparaat wel oplet en weet wat-ie moet doen, en heel wat beter dan ikzelf zou kunnen.
Inmiddels ben ik weer terug op het punt waar ik vlak voor de zomer ook was: dat ik weer zachtjes aan hervatting van de werkzaamheden mag denken. Met de ARBO-arts die mij sinds januari begeleidt, zijn er afspraken gemaakt om een uur of twee per dag daaraan te besteden. Ik zal mijn energie in eerste instantie vooral richten op het voorbereiden en houden van preken en af en toe bezoeken van een vergadering. Dat werk is vooral overzichtelijk. Mocht dat goed gaan, dan mag daar af en toe een uurtje bij. Hoever de vlucht reikt, of ik weer helemaal herstellen kan, weet ik niet. Dat is niet mijn eerste zorg. Ik ben allang blij dat ik weer aan het werk kan.
Een praktisch probleem is dat ik voorlopig nog niet zelf auto mag rijden. Ik moet een nieuw rijbewijs aanvragen en dat kan wel even duren. Maar dat is een praktisch probleem en die zijn over het algemeen wel op te lossen.

Ds Menno van Oel
 


Bericht van de predikant / juni 2013

PREEK
In het vorige kerkblad heb ik iets geschreven over de keus die de cardioloog mij had voorgelegd. Wilde ik al dan niet een apparaatje (een icd) geïmplanteerd krijgen dat mijn hart in de gaten houdt en zo nodig (en zo mogelijk) zorgt dat er geen problemen optreden? Ik heb mij behoorlijk afgetobd met deze kwestie en uiteindelijk besloten daar ja op te zeggen. Met tegenzin, maar het lijkt wel het verstandigste om te doen en dan ook maar het liefst zo snel mogelijk. Nu is snelheid in de zorg een onvoorspelbaar begrip: ik zal deze zomer nog een keertje geopereerd worden, maar wanneer dat is, is nog niet bekend. Het is in principe geen grote en gevaarlijke ingreep, maar het zal wel betekenen dat ik nog weer wat langer aan het revalideren ben. Hoe lang dat gaat duren, is onbekend. Iedere patiënt reageert anders.
Dat ik geopereerd zou willen worden, was mij wel duidelijk, maar ik heb lang nagedacht over de vraag wanneer. Zo snel mogelijk of een jaartje uitstellen (volgens de cardioloog was dat best een reële mogelijkheid)? Ik leid sinds een maand of zeven een bestaan als (revalidatie)patiënt en dat begint mij ondertussen aardig de keel uit te hangen. Ik zou graag ‘gewoon’ aan het werk willen. Ik denk dat ik zowel fysiek als mentaal ook wel in staat ben om heel voorzichtig weer wat op te pakken. In nauw overleg met de ARBO-arts die mij begeleidt, was ik bezig om een plan te maken toen de operatiekwestie ertussen door kwam. Een jaar uitstellen betekent ook een jaar lang tegen de operatie aankijken en ertegenop zien en daar had ik geen zin in. Je kunt vervelende dingen beter achter je hebben liggen dan vóór je. Kortom: als het moet, dan maar zo snel als in het UMCG kan.
Wat mij geweldig leek, was een keertje weer preken (zelfs al was het maar voor één keertje): dat is het werk dat ik het liefste doe. Gelukkig diende zich op zondagmorgen 23 juni een geschikte gelegenheid aan: in een gezamenlijke dienst in Aduard, met Anne Marie Bodewes als voorganger op het rooster en de Tien Geboden als thema. Ik kon in alle rust de preek voorbereiden en hoefde in de dienst niet meer te doen dan alleen de preek voorlezen (en eventueel een lezing en de zegen uitspreken). Anne Marie zorgde voor de rest van de dienst en was achterwacht voor het geval ik om de een of andere reden uit zou vallen. Zo gezegd zo gedaan.

Het is, nu ik deze regels schrijf, inmiddels zondagmiddag 23 juni, en ik ben net wakker. Wat mij nooit gebeurt: een uur na de dienst sliep ik al, maar wel met een dikke glimlach op mijn gezicht. Het was wel vermoeiend, maar ik kijk wel met een intens tevreden gevoel op de dienst terug. Weer een mijlpaal bereikt. Nu weer even afwachten op de oproep uit het ziekenhuis.

Ds Menno van Oel
 


Bericht van de predikant / mei 2013

KEUZEVRIJHEID
De afgelopen twee, drie maanden heb ik, zoals hier en daar wel bekend, een paar keer een nader onderzoek naar de conditie en het functioneren van het hart ondergaan. Elk onderzoek bracht net iets beter in beeld wat vanaf het begin geen echte verrassing kon zijn: dat er schade is. Daarvoor is er teveel gebeurd. De schade zit op twee punten: een afname van de knijpfunctie van het hart en het optreden van hartritmestoornissen.
Het eerste merk ik dagelijks: mijn conditie is behoorlijk achteruit gegaan. Het wordt beter, maar tergend langzaam. Ik (en iedereen in mijn omgeving) moet er rekening mee houden dat ik in fysiek opzicht nooit meer helemaal de oude word. Vervelend, maar met dat vooruitzicht valt nog heel best te leven. Dat merk ik gelukkig ook dagelijks. Zolang ik maar binnen mijn grenzen blijf, is er geen probleem. Als ik erover heen ga, is er eigenlijk ook geen probleem, alleen stort ik dan voortijdig in of ben de volgende dag niet vooruit te branden.
Van het tweede schadepost, de hartritmestoornissen, merk ik niets. Ongeveer iedereen heeft ze en bij mij zijn ze misschien wel erger dan bij de meeste mensen, maar toch ook weer niet zo erg als bij sommige andere mensen, die in zo’n geval flauwvallen of misselijk worden. Toch keek de cardioloog na het laatste onderzoek bedenkelijk: de combinatie van hartfunctie en ritmestoornissen maakte hem niet gelukkig. Ik moest maar eens nadenken over een icd. Dat is een soort pacemaker, een apparaatje dat het hartritme registreert en ‘reset’ als het ontspoort. Bij slechtere scores zou de cardioloog me stellig zo’n ding hebben aangeraden, bij betere scores gebeurt het niet.
Ik zat letterlijk en figuurlijk precies in het midden en nu mocht ik zelf kiezen. Maar ja, wat? En ook en vooral: en waarom eigenlijk? Wil ik een icd en zo ja, wanneer dan (zo snel mogelijk? volgend jaar?? uitstellen zolang als kan??? Wordt dat niet te laat????). Ik zit niet echt te wachten op nog een operatie en nog enkele weken verlenging van het revalidatieproces dat toch al zolang duurt… Of gaat het principe safety first voor?  Als de keuze makkelijk was, was het niet moeilijk.
Zelf mogen kiezen, of zoals het genoemd wordt: zelfbeschikkingsrecht, geldt als een groot goed, als een moderne verworvenheid. En dat is het ergens ook, want ik heb liever niet dat de doktoren zonder mij over mij beslissen. Maar ergens heb ik liever wel dat zij de beslissing nemen (als ze dan maar het goede kiezen). Het is helemaal niet leuk of prettig om een grote beslissing te mogen nemen; mogen is meteen ook moeten kiezen. Het is geen recht, maar als een plicht om te beslissen, om een gok te maken tussen lood en oud ijzer, appels en peren, hoofd en hart …
Sinds de dokter, een maand geleden, opdracht toe gegeven heeft erover na te denken, doe ik dat als brave patiënt ook. Ik denk dat ik ondertussen wel weet wat ik doe of laat doen (en dat maakt me wel wat rustiger). Maar ik heb nog de tijd tot begin juni. Dan is de volgende afspraak met de cardioloog.

Ds Menno van Oel


Bericht van de predikant / april 2013

ZANGLES

Begin deze maand voor het eerst weer zangles gehad.

Toen ik na mijn operatie wakker werd uit mijn (kunstmatige) coma had ik een uitgedroogde mond en een slang in mijn strot. Zo’n hulpstuk ondersteunt het ademproces, anders moet het hart veel te hard werken. Na paar dagen werd die slang, een akelig lang akelig ding vol slijm, eruit gehaald. Het duurde daarna nog een week of twee voor ik mijn keel weer kon gebruiken voor zoiets alledaags als praten en drinken. In het begin bracht ik alleen wat geruis voort en leidde ieder slokje tot een enorme hoestbui. Water was veel te dun om te drinken, ik kreeg verdikt appelsap voor de dorst (erg) en mierzoete toetjes (ook heel erg) om de pillen weg te werken.

Twee uur voor ik het ziekenhuis verliet, heeft een KNO-arts nog gekeken of de slang schade had veroorzaakt aan de stembanden. Dat gebeurt wel eens en dat vormde een van mijn weinige grote angsten. Ik verdien als dominee mijn geld met praten, maar bovendien: zingen is mijn hobby, meer nog: (een deel van) mijn (geloofs)leven. Gelukkig was er niks aan de hand, maar in de kerk merkte ik dat mijn zangstem fors achteruit was gegaan. Geen volume, geen hoogte, geen vastheid, geen ademsteun: alles wat ik in jaren aan techniek had opgebouwd, was weg. Bij het horen van de Matthäus-Passion kreeg ik soms een brok in de keel. Ik heb er tien jaar lang als koorlid in mee gezongen, en als dat nooit meer zou kunnen…

Vandaar voorzichtig die zangles: zit het er nog in? Ooit ben ik daarmee begonnen om mijn stem goed te leren gebruiken (ik werd snel hees tijdens het preken). Vlak voor ik ziek werd, had ik de draad opnieuw opgepakt. Het is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij een hartrevalidatie, maar zingen is leuk, zorgeloos. Het vraagt mentale concentratie, maar het is ook zeer fysieke arbeid. Ik kwam na een half uurtje les helemaal stuk thuis. Al die geestelijke inspanning en al die spiertjes die een paar maanden niks hadden gedaan en al helemaal niet deden wat ik wilde…  Net als bij dat water drinken moest ik voortdurend hoesten, een teken van ontwenning. Wil ik ooit weer hoorbaar kunnen preken, moet die stem ook een beetje in orde zijn.

Voortaan dus maar dagelijks tien minuten zingen. Voorlopig alleen maar inzingoefeningen. Bach komt ooit wel weer. Gelukkig blijken je spieren ook een soort geheugen te hebben. Het gaat al een heel stuk beter.

Ds Menno van Oel


Bericht van de predikant / maart 2013
 

Aan ziek zijn en beter worden heb je ongeveer een dagtaak. De afgelopen maand heeft voor een groot deel in het teken gestaan van allerlei onderzoeken naar de conditie en het functioneren van het hart. Ik ben daarvoor bijna elke week wel een of twee dagen naar het UMCG geweest. Ik ben een hoop wijzer geworden.

De uitkomsten daarvan zijn enigszins gemengd en tegenstrijdig. Het lijkt erop dat de schade aan het hart toch groter is dan men aanvankelijk dacht. Wat de cardioloog ‘de knijpfunctie’ noemde, lijkt verminderd. Hoeveel precies is nog niet te zeggen. Er is afgelopen maandagavond (om half elf!!! we waren na middernacht weer thuis) een MRI-scan gemaakt om dat te bekijken. Zo’n scan is veel nauwkeuriger dan de echo van een maand geleden. Als het goed is, heeft het hart zich in de tussentijd ook wel hersteld, maar helemaal 100% wordt het vermoedelijk niet meer. Het is dan een kwestie van verstandig leven, van je aanpassen aan de onmogelijkheden. Ik kwam al nooit bij McDonald’s, maar nu helemaal niet meer. Vis en tomaat schijnen goed te zijn voor hartpatiënten.
Het positieve is dat ik, ook met een mindere hartfunctie, wel over een goede conditie beschik. Bij de fietstest bleek dat ik, na maar zeven weken relatief lichte fysiotherapie, al een betere score haal dan de gemiddelde Nederlandse man van 50 jaar en 1.80 meter (kun je nagaan hoe die eraan toe is). Sindsdien volg ik twee keer in de week het programma voor de hartrevalidatie en dat is best zwaar. Het betekent: met allerlei metertjes aan je lijf een klein half uur zo maximaal mogelijk fietsen en daarna een half uurtje traplopen (opdracht: niet buiten adem raken) of basketballen (om de geopereerde borstkas en de schouders goed in beweging te krijgen) of een akelig circuit (telkens anderhalve minuut touwtje springen of buikspier oefenen). Je moet je grenzen zowel leren kennen als ze proberen te verleggen.
Tussen al deze medische bedrijven door breek ik er af en toe uit, puur voor mijn lol, om de zinnen te verzetten en om af te palen wat ik aan kan. De ene mijlpaal was een bezoek aan het Groninger Museum voor de tentoonstelling Nordic Art. Dat was mooi, maar ook behoorlijk zwaar. Het andere hoogtepunt was een dubbel kerkbezoek,  in Aduard (3 maart) en in Ezinge (17 maart). Het deed mij goed om iedereen die er was weer eens te zien. Ik merkte tot mijn genoegen dat het mij eigenlijk geen energie kostte om te zitten, te zingen, te bidden en naar een goed verhaal van een collega te luisteren.
Tenslotte loop ik mij al een paar weken af te vragen wie het voorjaar heeft meegenomen en als een bibliotheekboek maar niet terugbrengt… Ik schrijf dit op de eerste dag van de lente en het sneeuwt. Het sneeuwt alweer.

Ds M.E. van Oel


Bericht van de predikant / februari 2013

Het is inmiddels alweer drieënhalve maand geleden dat ik in de ziekenboeg belandde. Momenteel (ik schrijf dit op 22 februari) heb ik te maken met een kleine serie (nieuwe) onderzoeken naar de conditie van het hart: afgelopen week twee en volgende week één. Die onderzoeken worden mede gedaan als voorbereiding van het hartrevalidatieprogramma dat volgende week eindelijk begint en dat zes weken gaat duren. Ik moet dan twee keer per week een middag naar het UMCG (en niet, zoals ik eerder dacht, naar Beatrixoord) om onder begeleiding allerlei inspanningen te doen. Ik merk intussen dat de regelmatige bezoeken aan de fysiotherapeut, sinds begin januari, vruchten beginnen af te werpen. De conditie wordt stilaan beter en dat maakt dat ik stukje bij beetje 'terrein terug verover'. Het is heel bevredigend om allerlei gewone dagelijkse dingen weer voor het eerst te doen (weer te kunnen). Zo heb ik de afgelopen weken voor het eerst weer een stukje in de auto en op de fiets gereden (bij weinig wind), gekookt en gestofzuigd (niet mijn hobby, maar zelfs dat is leuk). Ik hoop dat het zo verder mag gaan.

Ds Menno van Oel


Van de predikant / januari 2013

Maar even een update: hoe gaat het nu met me (ik ben nu ongeveer vijf weken thuis)?  De ene dag gaat het beter dan de andere, maar er is een langzaam stijgende lijn te zien. In de praktijk houdt dat in dat ik steeds net iets meer aan kan. Vijf weken geleden moest elk glaasje drinken naast mij neergezet worden, inmiddels doe ik dat zelf. In het begin moest ik er nog helemaal niet aan denken om te lezen (veel te vermoeiend voor mijn hoofd), nu lees ik af en toe een stukje (het verzameld werk van Herman Finkers en het Pauperparadijs, een boek over het leven in armoede in de kolonie Veenhuizen en Amsterdam).

Vandaag (vrijdag 25 januari) voor het eerst op controle bij de cardioloog geweest. Over een paar weken begin ik (eindelijk) aan het hartrevalidatieprogramma. Dat is erop gericht om mij en mijn omgeving te leren leven met de situatie: waar liggen mijn grenzen? Voor die tijd moet ik nog weer enkele onderzoeken ondergaan naar de conditie van het hart. Ondertussen ga ik nu twee keer per week naar de fysiotherapie om aan mijn conditie en coördinatie te werken. Helaas heeft het weer van de laatste weken er tijdelijk voor gezorgd dat ik niet meer naar buiten kan. De kou slaat op mijn longen als gevolg van de longontsteking die ik in het ziekenhuis heb gehad. Het ziet er naar uit dat de winter binnenkort voorbij is, dan kan ik weer buiten wandelen (achter de rollator).
Ik durf nog geen uitspraak te doen over wanneer ik weer zachtjes aan het werk kan en mag, maar ik mis het wel. Ik wens iedereen het beste.

Ds Menno van Oel


UIT DE GEMEENTE  VOOR DE GEMEENTE / december 2012

Meeleven met elkaar

Na drie feestelijke weekenden, waarin velen onze prachtige gerestaureerde kerk hebben bezocht, werden we opgeschrikt door het bericht dat onze dominee van Oel opgenomen was in het ziekenhuis met een hartinfarct. Na een hartcatheterisatie volgde er een levensbedreigende complicatie die een hele rij medische ingrepen nodig maakte, waaronder een reanimatie en drie operaties. Na een week tussen hoop en vrees was er eindelijk sprake van herstel. De laatste berichten zijn dat het herstel zich beetje bij beetje voortzet.
Onze gedachten gaan uit naar onze dominee en zijn gezin en wensen hen Gods nabijheid toe.

 


Sinds 15 januari 2012 zijn de gemeente van Ezinge en ds. Menno van Oel aan elkaar verbonden.

Het verslag van de intrededienst kunt u hieronder vinden en daarna volgt er een nadere kennismaking met ds. Menno van Oel d.m.v. een aantal vragen die hem zijn voorgelegd.

In het fotoalbum staan foto's van deze dag.


Intrededienst ds. Menno van Oel op 15 januari 2012

Het loopt tegen 2 uur op zondagmiddag 15 januari. In het dorp Garnwerd is volop beweging. Auto’s staan door het hele dorp geparkeerd en fietsers en wandelaars begeven zich naar de oude kerk. Orgelklanken komen hen tegemoet. In het portaal van de kerk staan kerkenraadsleden om de gemeenteleden en gasten te verwelkomen. Ruim honderd mensen bezoeken de dienst.

In deze dienst doet ds. Menno van Oel zijn intrede als predikant van de Protestantse Gemeente Ezinge. Na het orgelspel van Kor van Dijk zingt het mannenensemble Duodecime enkele prachtige liederen, waarna ouderling van dienst Johan Neutel een ieder welkom heet.
Dan zingen we het intochtslied uit de bundel Tussentijds: “De vreugde voert ons naar dit huis waar ’t Woord aan ons geschiedt”. Nadat onze voorganger ds. Ybo Buurma de groet, bemoediging en het drempelgebed heeft uitgesproken zingen we nog enkele coupletten van het zelfde lied.
Het kyriegebed wordt gevolgd door het glorialied Psalm 146 vers 1 en 3: ”Zing,  mijn ziel, voor God uw Here”.

Na het gebed van de zondag vindt de verbintenis plaats tussen ds. Menno van Oel en onze gemeente. De woorden die gesproken worden kenmerken het vertrouwen in God en in elkaar en worden afgewisseld met het zingen van coupletten uit gezang 247: “De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt”.
Een indrukwekkend moment is de handoplegging en zegenbede door ds. Ybo Buurma, Annechien de Vries-Slopsema en Johan Neutel.
Ds. Buurma spreekt enkele persoonlijke woorden tot ds. van Oel en biedt hem een fles wijn uit Israël aan.

Nadat de kinderen en hun leiding naar de kindernevendienst zijn gedaan wordt er een gedeelte uit het Oude Testament gelezen: Jesaja 62: 1-9.
Het ensemble Duodecime onder leiding van Wim Bos brengt nogmaals enkele mooie liederen ten gehore.
Uit het Evangelie wordt Johannes 2: 1-11 gelezen.
Na de acclamatie volgt de uitleg en verkondiging door ds. Menno van Oel. De preek gaat over een feestelijke aangelegenheid, namelijk de bruiloft te Kana. Jezus veranderde water in wijn en het aspect van vertrouwen komt ook hier weer aan de orde.
Het lied na de preek is Gezang 491: “Gij zijt voorbijgegaan, een steekvlam in de nacht”.
De kinderen komen niet terug in de dienst, omdat de afstand van Ezinge naar Garnwerd daar iets te groot voor is. Toch zingen we als gemeente uit volle borst het kinderlied: “Liefde is blij zijn, een arm om je heen” uit de bundel Alles wordt Nieuw.

Tijdens de dienst van gebeden en gaven worden de leden van de beroepingscommissie en de beide consulenten, ds. Anne Marie Bodewes uit Aduard en ds. Ybo Buurma uit Zuidhorn, door de voorzitter van de kerkenraad bedankt voor hun werk in de afgelopen periode. Deze dank gaat vergezeld van fraaie boeketten.
Na het dankgebed en de voorbeden vindt de inzameling der gaven plaats. De eerste collecte is bestemd voor het studiefonds buitenlandse studenten van de Protestantse Theologische Universiteit te Kampen. De collecte wordt toegelicht door mevrouw Lieke Werkman, de echtgenote van onze nieuwe predikant, die als docent werkzaam is aan deze universiteit.
Het slotlied komt uit Tussentijds: “God schenk ons de kracht dicht bij U te blijven, dan zal ons geen macht uit elkander drijven”.
Na zending en zegen worden er toespraken gehouden door de voorzitter van de kerkenraad Johan Neutel, de voorzitter van de beroepingscommissie Aart van Galen, mevrouw Janny Flikweert als afgevaardigde van de classis en mevrouw Griëtte Sinnige als afgevaardigde van de hervormde gemeente Aduard-Den Ham-Fransum waaraan ds. van Oel ook verbonden is. Er worden mooie en goede woorden gesproken.

We kunnen terugkijken op een fijne dienst met bemoedigende woorden van geloof en vertrouwen en met prachtige liederen en mooie muziek.

Tijdens de “nazit” in het Schleurholtshuus is het gezellig druk met gemeenteleden en gasten. Door de kindernevendienst wordt in het kader van het thema Liefde een hartjes- mobile en een zak met hartjes snoepjes aangeboden aan de nieuwe predikant. Deze snoepjes worden even later ook door de kinderen uitgedeeld in de zaal.
Ds. van Oel en zijn vrouw gaan bij de diverse tafels langs om een praatje te maken en nader kennis te maken.

We hopen dat ds. Menno van Oel zich snel thuis zal voelen in onze gemeente en wensen hem een gezegende tijd toe in de Protestantse Gemeente Ezinge.

Henny Oosterhoff-de Vries


Kennismaking met ds. van Oel

• Wat is uw volledige naam en hoe mogen we u/jou aanspreken

Als je mijn volledige naam wilt weten, ik ben gedoopt als Menno Egbert en mijn familienaam is Van Oel. En hoe ik aangesproken wil worden? Als men mij bij de voornaam wil noemen, vind ik dat goed, maar ik ben dominee en als mensen mij zo aanspreken, luister ik ook. Vroeger ondertekende ik stukjes voor het kerkblad altijd officieel met ‘ds M.E. van Oel’; nu zet ik vaak mijn voornaam erbij.

• Wilt u iets over uw jeugd vertellen
Ik ben de oudste en enige zoon van uit het gezin Van Oel. Ik heb nog twee zussen (zusjes zeg ik alleen als ik ze wil plagen). Ik ben geboren in Barneveld. Mijn vader was onderwijzer en hij verkaste wel eens naar een andere standplaats, net als dominees dat doen. Ik heb tot mijn achttiende levensjaar op een paar plaatsen gewoond, allemaal in Gelderland: Hengelo, Vorden, Lochem. Mijn vader is plotseling overleden, toen ik dertien was en dat heeft mijn jeugd wel overschaduwd. Toen ik eindexamen gedaan had, ben ik naar Amsterdam verhuisd. Daar heb ik tien jaar gewoond. Ik speelde als jongen veel buiten en heb veel aan sport gedaan: voetballen, zwemmen, tafeltennis en dergelijke. Nu niet meer. Mijn rechterenkel en –knie zijn behoorlijk versleten.

• Wat wilde u vroeger worden en heeft u daar later ook iets mee gedaan
Het heeft heel lang geduurd voor ik wist wat ik wilde worden. Ik had altijd een brede belangstelling: taal, mensen, dieren, politiek, samenlevingsvraagstukken, noem maar op. Dan is het lastig kiezen wat je wilt studeren en welk vak je wilt gaan doen. Ik heb eerst een jaar pedagogiek gestudeerd, maar na drie weken was ik er al achter, dat dat niet iets voor mij was. Ik ben me toen op theologie gaan oriënteren. Niet per se om dominee te worden, maar omdat dat zo’n leuke, brede studie was waar alles in zat waar ik interesse in had. Daar heb ik nooit een moment spijt van gehad.

• Waarom bent u eigenlijk predikant geworden
Tja, daar kan ik niet zo’n heel erg vroom antwoord op geven. Zoals gezegd ben ik theologie gaan studeren uit interesse, niet met het voorop gezette doel dominee te worden. Ergens halverwege de studie ga je wel nadenken over wat je ermee wilt. Je kon ervoor kiezen godsdienstleraar te worden, maar dat leek me niets. Ik heb daarom de predikantsopleiding gevolgd. Nadat ik aan de VU was afgestudeerd, ben ik nog een jaar naar Duitsland geweest en daarna heb ik een jaar lang in de Nassaukerk in Amsterdam gewerkt. Dat was in de Staatsliedenbuurt, een echte griebusbuurt, waar veel studenten, jongeren, krakers, verslaafden, illegalen en dergelijke woonden. Hoewel de kerk klein was, probeerde ze op een positieve manier iets voor de mensen en de buurt te betekenen door laagdrempelige diensten, door allerlei pastorale en diaconale activiteiten in stand te houden. Dat was een heel intensief en leerzaam jaar. Ik was altijd wel een beetje een kerkmens, maar dat jaar is heel belangrijk voor me geweest.
In mijn eerste gemeente, Krommenie, heb ik gemerkt dat ik als predikant wel op mijn plek ben. Je leert pas in de praktijk wat het werk inhoudt. Eén keer preken is niet eens zo heel erg moeilijk, maar als je dat elke week moeten doen, is dat een wekelijks terugkerende ramp – tenminste: dat vond ik in het begin, nu niet meer. Je komt van alles tegen in het begin. Wat is je rol eigenlijk rond een sterfgeval? Hoe werkt een kerkenraad? Dat kost een paar jaar, maar het is dankbaar werk.
Na mijn tweede gemeente, Zwolle, heb ik een tijdlang afstand genomen van het gemeentepredikantschap en heb allerlei andere dingen gedaan: schrijven, bij de PTT werken en zo. Ik was het plezier kwijt, maar ik kwam tot de ontdekking dat ik niks anders kon en niks anders wilde dan predikant zijn. Eerst kwam Aduard op mijn weg en nu Ezinge erbij.

• Wat voor type mens bent u en wie of wat is uw inspiratiebron
Wat een leuke, maar lastige vraag: wat voor type mens ben je? Ik ben in de eerste plaats bedachtzaam. Ik heb nog steeds een brede interesse: in geloof, mensen, politiek, geschiedenis, theologie. Ik heb graag mijn vrijheid, maar vind ik het ook erg leuk om met mensen samen te werken en probeer bij alles zo ontspannen mogelijk te blijven. Vroom en vrolijk, dat lijkt me de ideale combinatie. Een belangrijke inspiratiebron zijn de kerkdiensten: het samenzijn, zingen. Soms staat er iets in een lied dat ikzelf heb uitgekozen, waardoor ik zelf geraakt word.

• Wilt u iets over uw vrouw en gezin vertellen
Ik ben getrouwd met Lieke Werkman. Ik ben dominee, zij leidt ze op. Ze werkt als docent bij de Protestantse Theologische Universiteit (PThU), nu nog in de vestiging in Kampen, vanaf deze zomer in Groningen. Wij hebben twee kinderen. Francine is bijna 16, Ritso 12.

• Wat is uw favoriete vakantiebestemming en gaan de studieboeken dan ook mee
Al zolang als ik mijn vrouw ken, gaan we één keer per jaar naar Terschelling, de laatste jaren in de meivakantie. Ik vind vooral de Waddenzee geweldig. Ik neem meestal één dik boek mee waar ik anders niet doorheen kom. Niet een echt studieboek, daarvoor ben ik in de vakantie meestal te moe, maar een biografie of zo.

• Wat doet u in uw vrije tijd
Ik heb in Zwolle een tijdlang heel veel gezongen: zangles, twee of drie koren, maar de laatste jaren komt dat er veel te weinig van. Ik heb in Groningen wel naar een koor gezocht, maar zangles is toch makkelijker te organiseren. Als dominee werk je veel ’s avonds en met twee gemeentes blijft er geen vrije avond over. Ik zoek nog een aardige zangjuf.

• U bent ook predikant te Aduard, weet u al hoe u dat gaat combineren met Ezinge
Daar zijn afspraken over gemaakt tussen de beide kerkenraden van Aduard en Ezinge en met mij. In principe is maandag mijn vaste Aduard-dag en woensdag mijn vaste Ezinge-dag. De dinsdagavond wisselt. Een deel van het werk gebeurt thuis achter de computer, zoals preken maken. En dan zijn er ook nog dagdelen die ik flexibel ga invullen. Van mijn huis naar Aduard is het 7 kilometer, door naar Ezinge is het nog een kilometer of 8. Dat moet te doen zijn. Ik heb eigenlijk altijd mijn mobiele telefoon bij me, lees de email vaak. Op die manier ben ik bereikbaar.

• Hoe vaak gaat u preken in Ezinge
Twee keer per maand, net als in Aduard. Dat is best veel voor een kleine parttimer, maar dat was de wens van de kerkenraad en van mijzelf. Eén keer per maand vind ik te weinig, dan duurt het lang voor je als predikant en gemeente aan elkaar gewend ben. De afspraak is in principe: de ene zondag Aduard, de andere zondag Ezinge, de derde zondag allebei, dus voor mij twee diensten achter elkaar. Eentje om half tien, eentje om elf uur (als de brug niet te lang open staat). Het komende jaar zal dat niet helemaal lukken omdat er her en der al allerlei andere afspraken lagen, maar als we over een paar maanden het preekrooster gaan bespreken, is dat de leidraad.

• Welke taken neemt u op zich en welke niet
Wat ik wel en niet hoe vaak ga doen, dat moet nog z’n beslag krijgen, maar dat gaat vanzelf. Ik wil eerst ook wat rondkijken, sfeer snuiven. Ik ben begonnen met pastoraat, bezoek de kerkenraad en het moderamen. Verder word ik lid van de commissie eredienst en liturgie en is het de bedoeling dat ik mij (met anderen) ga bezinnen op het jeugdwerk. Maar het wordt wel passen en meten. De predikantsplaats in Ezinge is maar 40%, ietsje groter dan die in Aduard (33%). Niet alles wat eigenlijk moet, kan ook. Noodgevallen, crisissituaties tel ik dan niet mee. Die gaan voor alles.

• Welke taak ziet u in de gemeente als uw belangrijkste
Ik hoop mensen af en toe te inspireren, maar ik hoop ook geïnspireerd te worden.

• Bent u als parttimer ook gewoon een dag thuis
Zaterdag is meestal een kerkvrije dag. Dan doe ik boodschappen, ga soms met mijn kinderen naar hun sportwedstrijden en dat soort dingen. Soms moet ik nog de laatste paar zinnen aan de preek breien en de gebeden maken.

• U woont niet in de pastorie; hoe wilt u het contact met de gemeenteleden opbouwen
Dat klopt. Ik woon in Groningen, aan de westkant van de stad. Het heeft voordelen om niet middenin je werk te wonen, maar ook nadelen. Ik merk ook bij Aduard dat het opbouwen van contacten niet of nauwelijks spontaan gebeurt, doordat je elkaar bij school of in de winkel ontmoet. Het gebeurt niet vanzelf, maar alleen als je er actie op onderneemt. Dat betekent: afspraken maken, activiteiten bijwonen. Kerkdiensten zijn natuurlijk ook ontmoetingsmomenten, als iedereen daar naartoe komt…
Ik snap best dat dat lastig is, maar aan de andere kant: als ik mijn vrienden of familie wil spreken, maak ik een afspraak. De dokter komt ook (bijna) niet zomaar langs. Zo gaat dat in deze tijd. Ik kan maar op een plaats tegelijk zijn.

• Hebt u Godservaringen
Volgens mij heeft iedereen Godservaringen: elke nieuwe dag is op een bepaalde manier een godservaring. Dat je bestaat, dat jij bent zoals je bent, vind ik ook een mooi wonder. Maar jullie bedoelen waarschijnlijk of ik daarbovenop nog andere, spectaculaire dingen heb meegemaakt? Jawel, ik heb wel eens de ervaring gehad dat er een rust over me komt. Ik kan me een heel dramatische begrafenis herinneren, waar ik vooraf heel zenuwachtig voor was. Ik was bekaf, want het gebeurde in een drukke periode. Toen de dienst begon, was ik als enige in de zaal heel rustig. Achteraf heb ik gehoord dat die rust ook op anderen overkwam.

• Gelooft u in engelen
Jullie bedoelen: engelen als aparte raadselachtige wezentjes van licht met vleugeltjes? Als je dat zo op de man af vraagt, is het meest eerlijke antwoord: nee. Ik heb daar zelf geen ervaring mee of kennis aan. In mijn persoonlijke geloof spelen ze geen rol. In de Bijbel kom je af en toe een engel tegen en dan vervullen ze meestal de rol van boodschapper. Een collega van mij vertelde laatst een prachtig kerstverhaal over een engel die uit de hemel was gevallen en door de klap zijn opdracht was vergeten. Het slot herinner ik me nog goed. Een engel die zijn opdracht vergeet is net een mens. Een mens die zijn opdracht serieus neemt is een engel. Zo kun je er ook tegenaan kijken.

• Gelooft u in God
Ja, anders zou ik geen dominee kunnen zijn.

• Hoe vindt u tussen het letterlijk nemen van wat er in de bijbel is geschreven en het symbolisch zien van bepaalde passages de 'goddelijke waarheid'?
Er zit volgens mij een groot gebied tussen strikt letterlijk nemen en alles alleen maar symbolisch lezen. Strikt letterlijk nemen betekent dan: als er in de Bijbel staat dat de wereld in zes dagen geschapen is, dan zijn het zes etmalen en geen halve dag langer. Dat wil er bij mij niet in, maar dat hoeft volgens mij ook niet. Dat is een vorm van fundamentalisme waar ik het benauwd van krijg. Als mensen zeggen, wat soms gebeurt: die zes dagen staan niet voor zes etmalen, maar voor zes perioden (van duizend jaar, vanuit het idee dat voor God, zoals ergens in de psalmen staat, duizend jaren als een dag zijn), dan is dat al ruimer dan wat sommige harde Amerikaanse fundamentalisten zeggen. Voor mezelf heb ik er geen moeite mee om zowel het scheppingsverhaal als de evolutietheorie als waar te aanvaarden, alleen dan wel elk op een ander nivo. De een is een wetenschappelijke verklaring, de ander biedt een soort oriëntatie op het leven, de wereld en uiteindelijk ook op God. De wetenschap heeft niet zo veel verstand van God. De Bijbel is de neerslag van een eeuwenlange omgang met God, van Israël en van de eerste christelijke gemeentes. Net als bij die engelen: mijn geloof hangt er niet vanaf of je alles strikt letterlijk moet nemen.

• Waarop zou de kerkelijke gemeente van Ezinge zich in deze tijd op moeten richten
De toekomst, daar moeten we ons op richten, maar dat gaat vanzelf. De kerk moet zich volgens mij in deze tijd niet op andere dingen gaan richten dan anders. Het gaat altijd om hetzelfde: God, Jezus, het Koninkrijk, het gaat over geloof, hoop en liefde, schuld, recht en onrecht, toekomst, dood en leven. Het zijn zaken waar alle mensen mee te maken krijgen en waar de kerk vanuit de Bijbel en het geloof iets goeds over te melden heeft. Dat moet misschien op een andere manier, met meer durf en creativiteit dan vroeger.  Maar de kerk moet ook zichzelf blijven. Het wordt geen voetbalvereniging of discotheek .

• Wat vond u van de intrededienst in de kerk te Garnwerd?
Ik had er zelf veel plezier in en vond het ook wel, op de goede manier, een beetje plechtig.

terug
 
 

eredienst
datum en tijdstip 24-09-2017 om 9.30 uur
meer details

Redactie vergadering Kerkvenster
datum en tijdstip 26-09-2017 om 19.30 uur
meer details

Kerkvenster rapen
datum en tijdstip 29-09-2017 om 09.00 uur
meer details

 
adressen:
Kerkgebouw:

Torenstraat 46

9891 AH  Ezinge

 

Protestantse Gemeente Ezinge:

p/a   mw. A. de Vries

L.W. de Blécourtstraat 14

9893 PP  Garnwerd

 


Contact

Wilt u contact opnemen met ons?

Dan graag via de volgende email-adressen of telefoonnummers:

 

scriba van de kerkenraad 

- mw. A. de Vries 
  of tel: 06-37613406

 

predikant

ds. A. Boonstra
  of tel.nr. 050-5797636


pastoraat

- mw. T. Neutel
  of tel.nr. 0594-621803



ledenadministratie

- mw. K. IJpema
  of tel.nr. 0594-621895


 

koster

- dhr. F. Visser
  of tel.nr. 0594-621229


 

webmaster

- webmaster

 


Kerkvenster
 
Het gemeenteblad van de protestantse gemeente Ezinge.
Kerkvenster verschijnt iedere eerste zondag van de maand, m.u.v. juli en augustus.
Kopij 14 dagen eerder inleveren via:
of bij Allersmaweg 19, 9891 BB  Ezinge
 


www.pkn.nl

www.liedboek.nl

www.biblija.net

www.bijbelgenootschap.nl

www.kerkinactie.nl

www.kindopzondag.nl

www.wierdenland.nl

www.wierdedorp.ezinge.com

www.classiswesterkwartier.webklik.nl

www.c-cards.nl

 
Kerkvenster
foto gemaakt door K. IJpema
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.